
Het succes van particuliere hulpprojecten
Een Afrikaans avontuur en een handboek ineen
In de ontwikkelingshulp is de afgelopen jaren te weinig vooruitgang geboekt. Er is veel geld verspild. Volgens sommigen staan veel landen er zelfs slechter voor dan vroeger, vooral in Afrika. Veel politici (zowel in Nederland als internationaal) willen fors bezuinigen op de hulp, anderen willen er zelfs helemaal mee stoppen.
Ik ben het daar niet mee eens. Ik vind dat we de derde wereld moeten blijven steunen. Er zijn veel fouten gemaakt in de ontwikkelingshulp en er is inderdaad veel geld verspild. Maar we mogen het niet opgeven. In dit boek beschrijf ik, hoe ik persoonlijk aan de slag ben gegaan. Hoe ik een project opzette in de binnenlanden van Afrika om een klein dorp te helpen. Ik wilde zelf iets doen. Iets zinnigs, persoonlijks en directs. Vooral voor de kinderen van Afrika, want zij zijn de kwetsbaarste groep.
Ik ben ervan overtuigd, dat de toekomst van ontwikkelingssamenwerking niet in grote projecten ligt maar juist in kleinschalige hulp. Gelukkig zijn veel mensen in Nederland dat met mij eens. Zij zetten zich via kleine, particuliere initiatieven in om mensen in de derde wereld te helpen. Projecten die drijven op persoonlijke contacten en directe betrokkenheid. In dit boek doe ik verslag van de manier waarop ik mijn project opzette en vormgaf. Ik vertel over de mensen van ‘mijn dorp’ en hun leven, ik vertel over de successen, valkuilen en mislukkingen.
Ik geef in dit boek ook veel praktische tips over de manier waarop je zelf een project kunt opzetten en ik belicht een aantal achtergrond aspecten van ontwikkelingshulp en van particuliere initiatieven. In die zin is dit een handboek. Maar in de eerste plaats is het toch vooral een persoonlijk verslag van een groot avontuur, van mijn betrokkenheid bij al die mensen waar ik samen mee aan een beter leven bouw, en vooral van mijn geloof in een betere toekomst voor de kinderen van Afrika.
Ton van der Lee
Artikel NOS
Goede Tijden, Slechte Tijden in Afrika
Door buitenlandredacteur Esther Bootsma
Terwijl op ontwikkelingshulp flink wordt bezuinigd, beginnen steeds meer Nederlanders een eigen hulpproject in Afrika, Azië of Zuid-Amerika. Er zijn al zo'n 10.000 particuliere initiatieven en dat aantal groeit nog steeds.
Filmmaker en schrijver Ton van der Lee maakte een boek over zijn eigen project in Mali, dat vandaag verschijnt. Het is een waargebeurde soap over een Afrikaans dorp, een soort 'Goede Tijden, Slechte Tijden' en tegelijk een handboek voor mensen die ook zo'n project willen beginnen.
Hip en stoer
Ton van der Lee antwoordt verbaasd op de vraag of hij, producent van films als Rock 'n Roll Junkie en Naar de Klote!, ineens een geitenwollensokkenman is geworden met zijn schooltje in Afrika. "Vroeger werd zoiets misschien soft gevonden, maar nu is het juist hip en stoer. Veel jongeren willen na hun eindexamen vrijwilligerswerk in Afrika doen."
Ontwikkelingswerker wil hij zichzelf niet noemen, liever ervaringsdeskundige. Met zijn boek probeert hij mensen te waarschuwen voor fouten, maar ze ook aan te moedigen. "Ik geloof erg in kleinschaligheid. Als iets te groot wordt, wordt het gauw onbeheersbaar en gaat al je energie op aan problemen. Daarom wil ik maar één dorp helpen. In de hoop dat andere Nederlanders zeggen: dan doen wij het volgende dorp."
Stress en materialisme
De explosieve groei van particuliere initiatieven komt volgens Van der Lee voort uit teleurstelling over verspilling van de gewone ontwikkelingshulp. "Mensen willen weten waar hun geld naartoe gaat. Bij kleine projecten is dat veel duidelijker. Dan gaat jouw 50 euro bijvoorbeeld naar een visnet, dat kun je zien op de website."
Ook het feit dat Nederlanders veel meer zijn gaan reizen, speelt volgens Van der Lee een rol. "Ze komen ergens en denken: jee, wat zijn die mensen arm, daar gaan we iets aan doen. Veel projecten zijn daardoor in vakantielanden als Kenia en India."
Bij Van der Lee zit Afrika inmiddels in zijn bloed. Vijftien jaar geleden had de filmmaker genoeg van de stress, files en het materialisme in Nederland. "Ik dacht: ik ga naar Afrika en verdwijn in het grote niets. Ik ga onder een boom de rest van mijn leven gelukkig zitten wezen."
Die boom en de nodige spirtualiteit vond hij in Solitaire, in de woestijn van Namibië. Maar zijn Hollandse ondernemersbloed bleef kriebelen en hij hielp de eigenaar van een benzinepomp met een camping. Een moeizaam avontuur, waar hij het boek 'Solitaire' over schreef, dat nu door Gerard Soeteman (Soldaat van Oranje, Zwartboek) wordt bewerkt tot filmscenario.
Paradijs
Na Namibië vertrok Van der Lee naar Mali. "Toen was mijn dorp Sanouna nog een soort paradijsje. Mensen vingen er vissen zo groot als mijn onderarm. Dat was een uurtje werk. Ze konden ervan eten en de rest van de vissen werd verkocht."
Maar nadat de schrijver na acht jaar terugkeerde naar Nederland, kreeg hij steeds somberder berichten uit Sanouna. "Er was een asfaltweg aangelegd, waardoor handelaren uit de hoofdstad met koelwagens kwamen. De rivier werd binnen korte tijd leeggevist, met als gevolg dat mijn vrienden en hun gezinnen te weinig te eten hadden."
Van der Lee besloot te helpen. "Afrika had mij zoveel gegeven. Het was tijd dat ik wat terugdeed." In zijn boek beschrijft hij alle stappen: hoe hij zijn stichting Sanouna oprichtte, donors zocht, de dorpelingen erbij betrok. Aanvankelijk zouden ze alleen een keuken bouwen om maaltijden voor de kinderen te koken. Maar er kwam steeds meer bij: een schooltje, een moestuin, een viskwekerij.
"De tijd van cadeautjes aan Afrika is voorbij, dat leidt tot hulpverslaving." De dorpelingen verdienen nu geld met de moestuin en viskwekerij, waarvan ze een deel in de stichting moeten stoppen. Dat loopt natuurlijk niet soepel. "De helft van de mensen heeft moeite met betalen. Net als elke Nederlander."
Valkuilen
Toch is Van der Lee tevreden. Ook hij is in valkuilen getrapt, maar er gaan ergere verhalen de ronde over particuliere initiatieven. Geld dat verdwijnt, schooltjes die niet worden gebouwd. Van der Lee geeft in zijn boek tips om de valkuilen te mijden, zoals 'werk vanuit de lokale context' , 'werk samen met lokale partners' en 'zorg voor een exit-strategie'. Zelf wil hij na vijf jaar het project overdragen aan de dorpelingen.
Het lijken voor de hand liggende tips, maar volgens hem maken mensen in hun enthousiasme veel fouten. Neem bijvoorbeeld de medicijnman die de grond van ons schooltje wilde zegenen. "Hij had vijftien euro nodig voor een dood paard, omdat hij op alle hoeken een paardenbot moest begraven. Als je denkt, ik koop voor dat geld liever schriftjes, dan verzeker ik je dat er nooit een kind over de drempel was gestapt."
'Kinderen in Afrika, het succes van particuliere hulpprojecten' van Ton van der Lee (Uitgeverij Balans. isbn 978 94 600 3346 9)
LEES HIER HET STUK IN INTERNATIONALE SAMENWERKING:
http://www.ismagazine.nl/2011/09/19/interview-ton-van-der-lee/#more-14044
KIJK OOK OP WERELDOMROEP:
http://www.rnw.nl/nederlands/article/vijf-vuistregels-voor-particuliere-hulpprojecten