Ik heb dit boek geschreven als opvolger van Jan Huygen. Het speelt een generatie later, als de VOC de grondslag legt voor de handel in specerijen en andere zaken die de Gouden Eeuw mogelijk maakte. Het boek kent twee hoofdpersonen. Krijntje Blomme, een jonge vrouw die vermomd als matroos de oversteek naar Batavia maakt in de hoop op een beter leven. Haar verhaal is gebaseerd op het bekende liedje 'Daar was laatst een meisje loos,' dat over avontuurlijke vrouwen als zij gaat. En Jan Pieterszoon Coen, die met (te)veel geweld de positie van de VOC in de Oost veiligstelde.